Hoogwaardige FH-zorg dichtbij huis. Dit vindt Wendy Zondag, internist vasculair-geneeskundige in Het Van Weel-Bethesda Ziekenhuis, één van de grote voordelen van de LEEFH-centra. Zij vertelt wat die erkenning in de praktijk betekent, en waarom je voor hoogwaardige FH-zorg niet per se naar een academisch centrum hoeft
Sinds afgelopen zomer is Het Van Weel-Bethesda Ziekenhuis erkend als LEEFH-centrum, wat volgens Wendy Zondag zorgt voor meer continuïteit in de opsporing van mensen met FH. “Het is heel fijn dat we nu gebruik kunnen maken van de structuur en ervaring van LEEFH, in plaats van dat alles op individuele basis in de spreekkamer moet gebeuren,” legt ze uit. De zorg tussen arts en patiënt was altijd al goed, benadrukt ze, maar het gaat nu nadrukkelijker om families: “Hoe vinden we mensen zo vroeg mogelijk, zodat de preventie tijdig kan worden gestart?” Voorheen kwamen patiënten binnen via de huisarts, cardioloog of neuroloog, waarna de landelijke standaardzorg werd gevolgd. “Die zorg was al goed, maar de vraag is of alle mensen met FH in onze regio ook echt bij ons terechtkomen. Daar valt nog winst te behalen, vooral in het vinden van nieuwe indexpatiënten; mensen van wie in de familie nog niets bekend is.”

De zorg voor FH-patiënten verschilt wezenlijk van reguliere hart- en vaatzorg, benadrukt de arts, omdat het vaker om preventie gaat dan om behandeling. “Bij preventie gaat het over het langdurig volhouden van behandeling voor een ziekte waar je (nog) geen last van hebt. Dan speelt de motivatie van de patiënt zelf een grote rol. Aan de ene kant wil je dat iemand goed op de hoogte is en actief aan preventie doet. Aan de andere kant wil je ook niemand onnodig wakker laten liggen.” Die precaire balans zoekt ze samen met de patiënt op. Wat daarbij vaak de grootste eye-opener is? “Dat iedereen anders is,” zegt ze. “Als een soort coach moet je je bij elke patiënt weer anders opstellen.” Daarnaast valt er bij veel patiënten behalve cholesterol meer te optimaliseren aan hart- en vaatgezondheid: stoppen met roken, obesitas en hoge bloeddruk aanpakken, suikerziekte voorkomen.
Binnen het ziekenhuis werkt de internist vasculair-geneeskundige nauw samen met kinderartsen. “We zijn de krachten gaan bundelen om de opsporing van kinderen te verbeteren: de kinderartsen hebben ons benaderd om voor dit doel samen op te trekken.” Richting de huisarts wil ze bestaande overlegstructuren rond cardiovasculair risicomanagement benutten. “Er ligt al een goed netwerk met de huisartsen. We gaan achterhalen wat hun behoeften zijn en hoe we daarop kunnen aansluiten. Er wordt bijvoorbeeld al bijscholing gegeven over hart- en vaatziekten, daar kunnen we goed bij aanhaken.” De behandeling van FH ziet ze vooralsnog het liefst in het ziekenhuis: “Het is meer dan medicijnen voorschrijven. De coachende rol rond risico-inschatting en advisering vraagt zoveel finesse, dat mensen in het ziekenhuis denk ik beter op hun plek zijn. Tenzij iemand het zelf liever via de huisarts wil, dan kan dat.
Dat die zorg niet per se in een academisch centrum hoeft plaats te vinden, benadrukt Wendy Zondag graag. “Hoogkwalitatieve zorg kun je ook in het regionale ziekenhuis krijgen, zeker als het een LEEFH-centrum is.” Met een verzorgingsgebied dat zich uitstrekt tussen Rotterdam en Zeeland is dat voor veel patiënten geen overbodige luxe: “Het is voor mensen echt heel fijn dat ze FH-zorg dichtbij huis kunnen krijgen, in plaats van dat ze naar Rotterdam of een andere grote stad met een academisch centrum moeten reizen. Dat is één van de grote voordelen van het netwerk van LEEFH-centra.”
Delen